van12tot18 agendavan12tot18 webshop
van12tot18 proefabonnementvan12tot18 estafette


btn lezen

gert-biestaPersoonsvorming, of toch liever subjectificatie?

 

Er lijkt in Nederland enthousiasme te zijn ontstaan voor de idee dat het in het onderwijs niet alleen gaat om kennis en vaardigheden (kwalificatie) en vorming in normen, waarden, tradities en praktijken (socialisatie), maar dat onderwijs ook iets van doen heeft met de vorming van de persoon. In zeker opzicht is dit een open deur, omdat alles waar we mee in aanraking komen bijdraagt aan wie we zijn en wat we doen. Ook onderwijs dat zegt zich alleen met kennis en vaardigheden bezig te houden is daarom persoonsvormend, al is het maar vanuit de idee dat goede kennis en vaardigheden je vooruit kunnen helpen in de wereld.

De belangrijkste winst van de recente aandacht voor persoonsvorming ligt in het inzicht dat de school niet alleen persoonsvormende effecten heeft, maar ook verantwoordelijkheid dient te nemen voor de manieren waarop het bijdraagt aan de vorming van de persoon van de leerling. Persoonsvorming komt zo in beeld als een expliciete taak en opdracht van het onderwijs – iets wat bijvoorbeeld is benadrukt in het recente advies van de Onderwijsraad Over de volle breedte onderwijskwaliteit, en in de voorstellen van de Commissie Onderwijs2032.

Maar zijn we er daarmee? Ik denk het niet.

Allereerst is het van belang dat we persoonsvorming niet verwarren met persoonlijkheidsvorming (zoals bijvoorbeeld bij Onderwijs2032 lijkt te gebeuren). Persoonlijkheidsvorming heeft zijn grondslag in de persoonlijkheidspsychologie waar een hele batterij van testen en toetsen is ontwikkeld om kenmerken van de persoonlijkheid in kaart te brengen en te meten. Misschien is dat wel eens nuttig in het onderwijs, maar het is niet waar het bij persoonsvorming om draait.

Dat betekent overigens ook dat we persoonsvorming niet moeten opzadelen met de laatste modes rondom ‘grit,’ ‘resilience,’ ‘character’ of de ‘growth mindset’ – modes die overigens allemaal uit het Engelstalige denken lijken te zijn overgewaaid. De reden waarom het in het onderwijs niet om het bevorderen van zulke kwaliteiten als doorzettingsvermogen dient te gaan is, kort en een beetje bot gezegd, omdat een goede terrorist ook over veel doorzettingsvermogen moet beschikken. In het onderwijs gaat het daarom nooit om de vorming van de persoon an sich – dat kan immers allerlei kanten op gaan – maar om de complexere en lastiger vraag van de juiste of goede persoonsvorming.

Maar wie bepaalt wat juist of goed is? Als we dat louter overlaten aan beleidsmakers, docenten of opvoeders komt persoonsvorming uiteindelijk terecht in het domein van de socialisatie, waar ‘wij’ bepalen wat voor personen er gevormd moeten worden, en waar ‘zij’ – de leerlingen, de nieuwkomers, de nieuwe generatie – zich dienen aan te passen aan en in te passen in wat er van hen verwacht wordt. Als het gaat om fatsoenlijke omgangsvormen, verkeersregels, de grondwet en de democratische rechtsstaat is zo een socialiserende invulling van persoonsvorming niet echt een probleem. Onderwijs en opvoeding hebben hier een belangrijke taak te verrichten, waarbij we niet mogen vergeten dat de verantwoordelijkheid hiervoor niet louter bij het gezin en de school ligt, maar de samenleving zelf ook een belangrijke pedagogische verantwoordelijkheid draagt.

Maar persoonsvorming heeft niet alleen te maken met het socialiseren van de nieuwe generatie in bestaande tradities en praktijken, maar heeft zich ook uiteen te zetten met het gegeven van de menselijke vrijheid. De leerling is, anders gezegd, niet alleen materiaal dat door ons gevormd moet worden, maar is een zelfstandig individu die het vermogen heeft om zus of zo te doen, om wel of niet te handelen, om ja of nee te zeggen, om met de stroom mee te gaan of weerstand te bieden. En die uitdaging die daar voor iedere mens ligt is om een verantwoordelijke, volwassen en democratische omgang met de vrijheid die we in onszelf aantreffen tot stand te brengen.

Ook daar hebben opvoeding en onderwijs belangrijk werk te verrichten. Maar daar gaat het niet om de vorming van de persoon op basis van vooraf geformuleerde ideeën en idealen – het socialiseren – maar om het ondersteunen van kinderen en jongeren om als vrij, verantwoordelijk en volwassen subject in de wereld te willen staan. Dat heb ik in mijn werk in het Engels aangeduid als de dimensie van ‘subjectification,’ en ik denk dat het goed is als we daar in het Nederlands het wat weerbarstige woord ‘subjectificatie’ voor gebruiken, vooral om het te onderscheiden van de evenzeer belangrijke vorming van de persoon in het domein van de socialisatie.

Gert Biesta is Professor of Education in het Department of Education van Brunel University London en NIVOZ Hoogleraar voor de Pedagogische Dimensies van Onderwijs, Opleiding en Vorming aan de Universiteit voor Humanistiek. Daarnaast is hij als Visiting Professor verbonden aan de ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten en NLA University College, Bergen, Norway. Sinds 2015 is hij geassocieerd lid van de Onderwijsraad.

Inschrijven nieuwsbrief >>
Kennispartners >>