van12tot18 agendavan12tot18 webshop
van12tot18 proefabonnementvan12tot18 estafette


btn lezen

innovatie-onder-regie-van-de-sectieInnovatie onder regie van de sectie

In schooljaar 2014-2015 startte het Limburgse bestuur LVO het ambitieuze programma Investeren in Ontwikkeling van Onderwijs, kort IOO.

Geen kortetermijnproject, maar een vier jaar durend innovatieprogramma om het onderwijs de kans en de tijd te geven om te veranderen en om de innovatie te borgen. Iedere school binnen LVO krijgt daarvoor de ruimte. We zoomen in op de eerste ervaringen bij het Groenewald.

Elma Janssen, directeur van scholengemeenschap Groenewald in Stein kijkt om zich heen en merkt op dat de school verandert. Het ziet er anders uit, de energie is toegenomen. Leerlingen werken meer in groepen en hebben zich verspreid in de verschillende vleugels van de school. Ook de docenten hebben hun werkomgeving uitgebreid en zitten op open werkplekken. Elma Janssen: ‘Groenewald heeft ingezet op onderwijsontwikkeling vanuit de secties. Wij zijn er namelijk van overtuigd dat vernieuwing en ontwikkeling vanuit de docenten moet komen en niet moet worden opgelegd. We hebben met alle secties gesproken en ze de vraag voorgelegd ‘wat wil je aan het onderwijs veranderen?’ De gemeenschappelijke thema’s uit de antwoorden waren: actievere leerlingen en uitdagend onderwijs. Het een is uiteraard verbonden met het ander.’

Niets is onbespreekbaar
Elke sectie heeft iemand voorgedragen die extra uren ontwikkeltijd krijgt en namens de sectie de genoemde thema’s uitwerkt. Tot Kerstmis 2014 kregen de secties de tijd om na te denken over hoe zij uitdagender onderwijs konden creëren met een actievere rol voor de leerling. En hoe zij dat vanuit hun sectie op konden pakken. Elma: ‘We hebben er bewust voor gekozen de kaders van de opdracht heel ruim te nemen. Er was eigenlijk niets wat niet bespreekbaar was. De bijdragen verschilden enorm. Sommigen kwamen met plannen om het hele onderwijs, curriculum en rooster te vernieuwen, andere secties kwamen tot extra inhoudelijke differentiatie-opdrachten, het loslaten van de lesmethode, het ontwikkelen van spelcircuits om leerlingen uit te dagen en hun inzicht te vergroten, manieren om gelegenheid te geven om in eigen tempo door de leerstof te mogen gaan. Een interessant, maar ook een moeilijk proces.’

In het diepe
De docenten bepalen nu zelf de richting, ontwikkelen zelf, in tegenstelling tot het verleden, waarin Groenewald een structuur had die heel duidelijk van te voren was bepaald. Dat was wennen. Elma: ‘We hebben onze docenten laten nadenken, experimenteren, vormgeven. Wat kan ik veranderen in mijn lessen, wat is daarvoor nodig? In het hele proces is er bewust weinig gestuurd vanuit het schoolleiding. Voor mij en voor de andere leidinggevenden ook een zoektocht. Je wordt wel echt uitgedaagd in je manier van leidinggeven. Collega’s waren wel enthousiast, maar hadden toch liever meer houvast gehad. Mijn rol was vooral monitoren, faciliteren en inspireren. De ontwikkeling zelf komt van onze docenten.’

‘Ook de pubers hebben een actievere houding’
Een van de docenten die met een brede opdracht aan de slag ging was Miriam van Es, docente Engels. ‘Moeilijk vond ik het begin niet, onwennig wél. Onze eigen speerpunten formuleren? Al snel kwamen we erachter dat deze vrijheid wel erg fijn is en dat er naar ons geluisterd werd. De sectie Engels is zich gaan richten op maatwerk bij de brugklas. We kregen positieve reacties van de leerlingen, ze werden aangesproken op hun eigen niveau en capaciteiten!’ Hierdoor gesterkt zette Miriam de gepersonaliseerde werkwijze door naar de tweede klas. ‘Je merkt dat ook de leerlingen die meer aan het puberen zijn ook een actievere houding hebben in hun eigen leerproces!’ Realistisch is Miriam ook, want maatwerk lukt niet altijd even goed. ‘De uitvoering in de klas staat of valt met je eigen knowhow, de klassensamenstelling en andere factoren.’

‘Wat willen we nu eigenlijk met Nederlands?’
Michèle Pommé is docente Nederlands. ‘We werden heel vrij gelaten in het proces van vernieuwing. Actievere leerlingen, dat was het uiteindelijke doel. En alles was mogelijk, in welke richting we vernieuwing zochten was aan ons. In het begin vond ik dat moeilijk, later bleek dat een gouden zet. We gingen veel creatiever denken over wat er allemaal beter en anders zou kunnen. We stelden onszelf de vraag wat we leerlingen nu eigenlijk willen meegeven met onze lessen. Wat willen we bereiken met ons onderwijs Nederlands? Uiteindelijk stelden we vast dat goed leren lezen een heel wezenlijk onderdeel is van ons vak, en dat alle andere vakonderdelen daar min of meer mee samenhangen. Als je goed kunt lezen, een grote woordenschat hebt en ook zakelijke teksten goed kunt begrijpen, heb je daar je hele leven iets aan, wat je ook gaat doen. Onze inzet is nu om de methode voor een deel los te laten en meer aandacht te besteden aan fictielezen maar ook aan zakelijk lezen. We zijn gaan werken met de methodes Leesdok (fictielezen) en Nieuwsbegrip (zakelijk lezen), beide ontwikkeld door de CED-groep. Niet iedereen maakt die draai onmiddellijk, sommigen vinden in de methode nog altijd een prettige houvast. Maar als sectie hebben we wel de stap gezet om het samen eens te worden over de kern van ons vak. Dat is een vruchtbaar begin.’ Dingen anders gaan doen kost energie, maar levert ook energie op. Michèle Pommé: ‘Het lezen van boeken leeft weer in de school, de bibliotheek wordt druk bezocht, de leerlingen lezen letterlijk veel meer. Wij als docenten hebben een veel beter beeld van waar de leerling mee bezig is, er wordt veel meer gepraat over boeken en over lezen. De teksten die we bij Nieuwsbegrip gebruiken komen uit de actualiteit, ze staan niet al jaren in hetzelfde schoolboek. Leerlingen zijn daardoor meer betrokken bij de les, en buiten de leerstof om ontstaan er leuke gesprekken en discussies over actuele onderwerpen. De theorie blijft de theorie, en spannend zal die nooit worden. Maar nu leerlingen, door bijvoorbeeld het nieuws te kijken, een eigen inbreng kunnen hebben, heeft ons vak een ander karakter gekregen.’

Richten, inrichten en verrichten
Zo wordt de nieuwe innovatiestrategie inmiddels genoemd. Klinkende woorden, maar het had wat voeten in de aarde. In de praktijk heeft het zeker tot de kerst van 2014 geduurd voordat iedere sectie richting had bepaald. Dit ging wel gepaard met veel onzekerheden. Elma: ‘We hebben er bewust voor gekozen om als leidinggevenden daar niet in te grijpen. Want vanuit onzekerheid ontstaat ook een mooie zoektocht.’ Daarna zijn docenten verder gegaan met het formuleren van plannen per sectie: het inrichten. In januari dit jaar zijn die plannen concreet geworden. Docenten zijn aan de slag gegaan met ander lesmateriaal en hebben andere werkplekken ingericht om beter gedifferentieerd te kunnen werken. Waar bleek dat docenten in de nieuwe werkwijze opleiding nodig hadden, hebben zij die ook gevolgd.

Olievlek
Iedereen was van meet af aan betrokken bij het IOOprogramma, want alle secties hebben richting en input gegeven aan de ontwikkelaars. Direct betrokken waren docenten die concreet tijd hadden gekregen om te innoveren, de docenten die in opleiding gingen en de nieuwe docenten die aangenomen werden in dienst van het programma. Deze nieuwe docenten hadden zowel de taak om te werken aan innovatie als aan lesgevende taken. ‘Op Groenewald is het de bedoeling dat alle docenten straks in de uitvoering betrokken worden. Nu zijn er ongeveer 25 docenten die hier uren voor hebben gekregen en die ontwikkelen namens en met hun sectie’, geeft Elma aan. ‘De collega’s die minder bij de vernieuwing betrokken zijn, zijn ook positief en willen mee in het proces. Sommige secties lopen voor, anderen wat achter maar niemand zet de hakken in het zand. Het zijn natuurlijk nieuwe dingen, die koudwatervrees kunnen oproepen. Niet iedereen gaat in de uitvoering even hard, maar dat is onvermijdelijk. Door mensen samen te brengen, hun voorbeelden te laten zien en hen opleidingen te laten volgen, kan iedereen zijn unieke bijdrage leveren aan het realiseren van uitstekend onderwijs, waarin maatwerk en de leerling centraal staan.’ Het olievlekeffect van onderwijsinnovatie en de kennis daarover is een van de doelen van het innovatieprogramma IOO. Wat het team lokaal op Groenewald ervaart, ervaren collega’s van andere LVO-scholen, in verschillende vormen en tempo, ook. Elma Janssen: ‘Als dit project ten einde loopt, is dit geen nieuwe manier van werken meer, maar dé manier van werken’.

Innovatieprogramma IOO
Investering van Ontwikkeling van Onderwijs is in 2014 geboren uit de onderwijsvisie van LVO, waarbij maatwerk en de leerling centraal staan. Het doel is om ruimte te creëren en zo gezamenlijk het onderwijs van morgen te ontwikkelen. Het programma wordt uitgevoerd langs drie lijnen: de innovatieve opdrachten, opleiden van personeel en het aantrekken van nieuwe medewerkers met IOOcompetenties. Docenten van alle LVO-scholen, waaronder Groenewald, hebben zelf aangegeven welke ideeën zij hebben om het onderwijs samen nog beter te maken en wat zij daarvoor nodig hebben. IOO loopt tot en met 2018 door.



Imi Lau werkt als communicatieadviseur en woordvoerder bij LVO.

Abonneren >>
Inschrijven nieuwsbrief >>
Kennispartners >>